Maandelijks archiefs: december 2011

NOMEN EST OMEN

Ik denk dat ik de wandeling van Wassenaarse Slag naar Katwijk en terug al zo’n 50 jaar maak. Vanaf mijn 7e maakte die wandeling elke zomervakantie deel uit van de strandvakanties bij oom Jan, de tweelingbroer van mijn moeder die in Den Haag woonde. Mooi weer betekende steevast een fietstocht via Wassenaar naar het strand. Was het geen strandweer dan waren er maar 2 alternatieven: winkelen in Den Haag (de hofvijver… de passage… het Lange Voorhout…..) of fietsen door de duinen.
Als 7-jarig jochie leerde moeder mij, aangestaard door Duitse toeristen, haring eten (” hoofd achterover en afhappen maar… niks van aantrekken als ze kijken”) achter het witte kerkje van Katwijk.

De gewoonte om bij mooi weer halfnaakt over de boulevard te slenteren was nog onbekend en sommige winkels hadden zelfs een bordje waarop stond dat het klanten niet toegestaan was zich in badkledij in de winkel te bevinden. Hoe anders was dat op de laatste mooie vrijdag van September 2011……
Het slechte seizoen voor de strandpaviljoens had er op Wassenaarse Slag voor gezorgd dat onze vaste stek (De Gouden Bal) al afgebroken werd en bij het beschikbare alternatief (De Zeester) was de bediening niet alleen in chagrijnig met -ondanks het herhaalde mantra: “mijn collega komt zó bij u”- lange wachttijden, ook de kaart bleek daar flink uitgedund,…. de gasten moesten de restjes opmaken. Voorlopig dus maar geen “Zeester” meer…..
Na de zure bediening in Wassenaar was het: op naar Katwijk. ‘t Was eb dus lekker hard zand onder de hakken. Zo’n 200 meter na de laatste strandtent van De Slag stap ik door de laatste kabbelende golfjes die over het strand tuimelen. Op die plek heb ik op 9 maart 2006 (haar verjaardag) de as van mijn moeder in precies zo’n golfje uit de urn gekieperd en een paar keer per jaar onderneem ik de bedevaartstocht naar het strand waar zij me leerde zwemmen. Ik vraag me af of er ergens nog een restje DNA rond mijn voeten spoelt.
In de heldere lucht is de toren van het witte kerkje van Katwijk al te zien, maar lijkt toch niet dichterbij te komen… Op het strand is heel lang niets, een enkele verdwaalde zonaanbidder steekt zijn hoofd boven de duinrand uit, precies boven de plaats waar zijn voetsporen in het helmgras verdwijnen.

Langzaam naderen we het naaktstrand van Katwijk. Het eerste teken daarvan is een oudere heer, van top tot teen gebruind, die als een Neptunus uit de slome branding rijst. Witte krans met haar, stevig geslacht tussen de benen en een rechte rug. De volgende naaktgast is een vage kopie van nr. 1 (óf nr. 1 zelf, maar 20 jaar later)… bleek, kromme rug, sliertig haar en verschrompelde mannelijkheid. Gelukkig, zo kan het dus ook.

Het volgende plaatje is “Fellini-waardig”;…. twee Katwijkse refo’s -beiden eind twintig-, gehuld in lange rokken en getooid met knoedels kloppen hun handdoeken uit en maken zich op om de tocht door de woestijn naar het beloofde land dat Katwijk heet weer aan te vangen. Nog geen 20 meter links van hen, de voorwielen van hun bepakte trekking-fietsen in het water, staan twee oudere naakte lesbiennes. Er wordt aan de bagage gerommeld en er wordt gezoend.
Gevangen in de samendrukkende eigenschappen van de telelens had dit een prachtig tijdsdocument geweest om vast te leggen, maar ik ben geen Ed van der Elsken en ik geneer me teveel om mijn camera te pakken. Het moment verglijdt ongemerkt in de vergetelheid.

De Zeester in Katwijk heeft maar één ding gemeen met haar naamgenoot in Wassenaar… de naam. De bediening in Katwijk is ongedwongen vriendelijk, hier heeft men duidelijk plezier in het werken. De zon schijnt in een aangename september-modus en we hoeven helemaal niet meer weg…. blijven plakken…. nog een borrel…. dan eten…. dan tegen de ondergaande zon in terug. Het is inmiddels vloed en de mooie harde zandvloer van die middag is weg, het stand is een grote mulle zandbak geworden. Het ongeluk komt nooit alleen en drank en eten hebben hun werk ook gedaan; we ploeteren terug. Bij het oversteken van het strand in Wassenaar kijken we nog één keer naar de Wassenaarse Zeester; alles donker.

december 26, 2011
By on 12:24
De Verleiding….

Je kon zien dat ze een mooie vrouw was geweest want eigenlijk was ze dat nog steeds. Maar het langdurig gebruik van verslavende middelen had verwoestende sporen nagelaten in haar uiterlijk. Ze sprak het verzorgde Nederlands zoals oudere Indo’s dat over het algemeen doen, met een prettige en melodieuze dictie. De afgelopen dagen had ze veel last gehad van ontwenning, maar nog veel meer van de problematische relatie met haar vriend. Haar telefoongesprekken met hem vulden een groot deel van haar dag en steevast eindigden die gesprekken in wanhopige huilbuien van haar kant. Ze had een veelbewogen leven achter de rug van misbruik, prostitutie, ‘foute’ mannen en mishandeling, maar ze kon die cirkel niet doorbreken. Na de zoveelste telefonische ruzie en aanvullende huilbui stond ze plots voor me, ze had Pippi Langkous staartjes gemaakt en keek me met betraande ogen aan. “Ben ik lastig….?” vroeg ze met een dun stemmetje. En terwijl ze dat vroeg moest ze iets aan haar staartjes schikken. Ze boog zich achterover waarbij haar rug hol ging staan en haar bloesje dat eerst keurig op de tailleband van haar broek had gerust schoof wel 15 centimeter omhoog. In een flits zag ik haar strakke getinte buik en toen ik weer opkeek, keken haar grote bruine ogen recht in de mijne. Ik realiseerde me direct dat ik erin was geluisd, we zagen het in elkaars ogen en wisten het allebei… dá­t was de bedoeling geweest, dá­t moest ik zien. Maar wat dacht ze in mí­jn ogen gelezen te hebben?

december 24, 2011
By on 06:28